Blokkade

Soms loop je tegen logistieke uitdagingen aan. Niet iedereen woont in een bungalow met allemaal gelijkvloerse ruimtes. Meestal krijgen we de patiënt, al dan niet met hulp, wel van de…...
"

Soms loop je tegen logistieke uitdagingen aan. Niet iedereen woont in een bungalow met allemaal gelijkvloerse ruimtes. Meestal krijgen we de patiënt, al dan niet met hulp, wel van de plaats van het incident. Soms wordt het een echte uitdaging.  

Ik krijg een melding van een reanimatie. Samen met een andere ambulance en andere hulpdiensten spoeden wij ons ter plaatse. Onderweg worden we bijgepraat door de meldkamer. Het betreft een zwaarlijvige dame. Deze woont echter in een (nogal krappe) stacaravan. We krijgen te horen dat er burgerhulpverleners ter plaatse zijn, maar dat die de reanimatie niet kunnen starten omdat ze mevrouw niet van haar plaats krijgen. Goed, het wordt een uitdaging begrijp ik. Als ik ter plaatse kom, zijn mijn collega’s van de andere ambulance al ter plaatse. Samen met de brandweer zijn ze een poging aan het ondernemen om mevrouw uit de krappe doucheruimte te krijgen om ergens anders meer ruimte te creëren om een reanimatie te kunnen uitvoeren. Uiteindelijk met heel veel moeite, hulp en hulpmiddelen hebben we het voor elkaar en ligt mevrouw tussen allerlei spullen in een te volle woonkamer. Hier kunnen we enigszins iets doen. Ok, het is verre van ideaal, maar meer tijd besteden aan een ideale ruimte gaat ten koste van de kansen van de patiënt.

We doen de reanimatie met z`n allen. Krijgen een beeld van de medische toestand van de patiënt. Na een tijd stoppen we de reanimatie omdat verder gaan geen enkele meerwaarde meer heeft. Helaas is de patiënt overleden en heeft alles niet meer mogen baten.

Nu het volgende probleem: Ik ben er absoluut voorstander van dat we na een niet geslaagde reanimatie de patiënt netjes achterlaten. Normaliter leggen we de patiënt op de bank of op bed (net wat de familie wil) we trekken dan andere kleding aan en zorgen dat de patiënt er netjes en zorgvuldig bijligt.

Echter nu staan we in een kleine stacaravan waar totaal geen ruimte is. En ligt er een patiënt die het gewicht heeft van 2,5 volwassenen. Geen grote bank in de woonkamer. Kortom, het is praktisch niet mogelijk om deze patiënt ergens netjes en verzorgd neer te leggen en moeten we ervoor kiezen om haar op de grond te laten liggen. Zo goed als mogelijk proberen we de situatie netjes achter te laten. Met enigszins een ongemakkelijk gevoel dat je iemand zo achter moet laten. Maar het is praktisch onmogelijk om het anders te doen.

Sommige situaties zijn ook niet praktisch maar moet je gewoon dealen met de situatie. Ik krijg wederom een reanimatiemelding. In een restaurant is een persoon niet lekker geworden en dit wordt een reanimatie. Voor mij en mijn collega is het ver rijden. Maar gelukkig is de andere ambulance dichterbij en eerder ter plaatse. Als ik me bij hen voeg, vraag ik wat ik nog kan doen en wat de verwachting of het plan is. Ik neem ook de situatie in me op. Het is 18.00 uur. Spitsuur voor een restaurant. Dat blijkt ook maar. Er bestaat ook een mogelijk tot afhalen van eten, en daardoor blijft de stroom klanten groot. Gelukkig zijn er een aantal mensen van de politie die al deze mensen een beetje van de reanimatie weg houden. Maar aan de blikken van het personeel te zien, vind men het blijkbaar erg lastig. Ja, we hebben tafels verschoven. Gebruiken een ruimte waar normaal 20 man kan zitten. Lopen zomaar overal in en uit. Maar het lijkt mij in deze gerechtvaardigd. Als we een minuut of 15 bezig zijn, krijgt de patiënt weer hartslag en eigen bloeddruk. Tijd om te vertrekken en snel naar een ziekenhuis te gaan. Snel leggen we de patiënt op de brancard. Dat wil zeggen: alle rommel ligt nog op de grond (helaas voor de mensen van het restaurant) en de patiënt moet met al die snoeren en andere devices op de brancard. Als we gereed zijn om te vertrekken zie ik een klein stukje bij me vandaan een groepje mensen aan een tafel zitten. Waarom die mensen niet naar een ander tafeltje zijn gegaan begrijp ik totaal niet. Maar wellicht zien ze het als een unieke kans om onder het genot van een biefstuk op eerste rang een reanimatie te observeren. Dat de patiënt half naakt op de grond ligt en dat het hele lichaam van een patiënt schokt bij defibrillatie, zijn maar details. Ik hoop dat het eten hen gesmaakt heeft.

Je zult denken: alweer reanimaties. Tja, die komen veel voor. En elke reanimatie is anders. De omstandigheden, de patiënt, de omgeving. Inmiddels ben ik de 200 wel ruim gepasseerd in leeftijden van 2 tot 102 jaar. Soms op de meest onmogelijke plekken. Of in situaties waarvan je denkt, zou de patiënt dit echt nog gewild hebben? Of is het medisch gezien nog wel zinvol?

Ik heb een reanimatie gehad van een jong persoon die duidelijk tekenen vertoonde van een verwacht overlijden als gevolg van een ziekte. Echter werd door familie niet geaccepteerd dat we de reanimatie zouden stoppen, want de persoon kon en mocht niet overlijden. We zijn toen pas gestopt nadat de politie met voldoende mensen aanwezig was en de meeste mensen uit de woning hebben gestuurd. Als we eerder stopten zou de hele situatie escaleren. Hoe triest het was dat de patiënt jong was…

Dat je soms met je hebben en houwen in de weg staat heb ik wel eens meer meegemaakt. Tja, en dat had ik zelf wel anders kunnen doen achteraf. Ik ben als Rapid Responder in dienst (solodienst) en krijg ook een reanimatie melding. Haast geboden dus. Ik ben op zeer korte afstand dus met een enkele minuut ter plaatse. Als ik ter plaatse ben staat een agent mij op te wachten. Hij is al ter plaatse. Ik trap op de rem, zet mijn auto stil en spring eruit. Ik pak mijn spullen en duw de agent ook wat spullen in zijn handen. Op de 2e etage doe ik mijn ding en langzamerhand voegen zich verschillende collega’s bij mij. Op straat hoor ik af en toe wat getoeter, maar he, het is Rotterdam daar wordt vaker getoeterd. Na een minuut of 20 stoppen we de reanimatie. Ik neem rustig de tijd om partner en andere familie bij te staan. Dan komt er een agent naar me toe met de vraag of hij mijn autosleutels mag. Ik vraag: hoezo? Ja, dan kan ik je auto even wegzetten. Is dat nu echt nodig vraag ik. (Een auto kan er toch gewoon voorbij…) Hij knikt in de richting van het raam. Als ik dan even naar buiten kijk, zie ik achter mijn auto 5 trams staan… Jawel, mijn auto staat midden op de trambaan…. Dat had (ook in de haast) wel anders gekund concludeer ik. Maar ja, al doende leert men. Als het niet anders kan, is het niet anders. Maar hier was de straat breed genoeg om hem aan de andere kant te zetten. Volgende keer beter…

Henk Boer

Henk werkt als mbulanceverpleegkundige bij Ambulance Rotterdam Rijnmond en schrijf verhalen op zijn blog http://ambulanceverpleegkundige.blogspot.com